RONDJE LANGS DE VELDEN: “Sevilla heeft een zeer fanatieke sfeertribune die het hele stadion mee krijgt!”

Artikel 1 van 33 Volgende

In de rubriek Rondje langs de Velden spreken we met een “stadion-gek” om over zijn of haar liefde voor voetbalstadions te spreken. Waar de meeste mensen bij Spanje aan Barcelona, Real Madrid of Atletico Madrid denken, gaat het voetbalhart van Michiel Glaap sneller kloppen van Sevilla. Ongepland belandde hij in Estadio Ramón Sánchez Pizjuán en inmiddels keert hij elk jaar terug.

De ontdekking van Sevilla

Even voorstellen: Michiel Glaap, 39 jaar en al een leven lang vaste gast op de koffie bij NEC. Een jaarkaart sinds 1992 en inmiddels dik 750 wedstrijdjes langs de lijn gehangen in Nijmegen en bij uitwedstrijden. Daarnaast groot liefhebber van de Duitse voetbalbeleving. Van klein tot groot: geweldige sfeer in het stadion, bier en worst langs de lijn en altijd wat om voor te spelen. Een voetbalpiramide waar Nederland nog wat van kan leren. Jawel, ook inclusief de beloftenploegen. Als ze zich maar aan de juiste regels houden, zijn het bijna aparte verenigingen. Lang leve Bundesliga 2 en 3. De hoogste afdeling is mij teveel massavermaak.

Dik 1000 wedstrijden staan er inmiddels op de teller. Daarnaast ook bijvoorbeeld de finale van de Australische NRL in het ANZ stadium, Olympic Park Sydney. Meer dan 83 duizend aanwezigen. Een imponerend stadion, geen sfeer. Fans door elkaar heen (wat op zich goed is, maar dodelijk voor een echt fanatieke beleving). Zo zijn er nog wel meer stadions te noemen waar dit zo is. Groot, bekend, een must om geweest te zijn, maar geen sfeertje. Mijn voorkeur blijft dan toch echt die kleinere ouwe bak, welke wél een voetbalsfeer hebben. 

Terug naar december 2009. Voetbal buiten Nederland is inmiddels gewoonte geworden. Dit mede door de Europese campagne van NEC. Natuurlijk daar niks van gemist en het bracht het besef dat niks onmogelijk was. De winterstop kwam eraan, drie weken geen competitie in Nijmegen of net over de grens. Waarom ook niet? NEC vertrok naar de Spaanse zon, dus dan maar daar achteraan. Een beslissing die tot op de dag van vandaag een traditie is geworden. Elk nieuwe jaar beginnen met een weekje zon, cerveza’s en voetbal kijken. 

Bij aankomst op Spaanse bodem, blijkt diezelfde avond Malaga te spelen tegen Athletic Bilbao. Kaarten zijn zo geregeld, maar wat een belabberd sfeertje hing daar zeg! Geeft niks, dat zal wel Spaans zijn. Eerder al eens bij Barcelona geweest, daar leek het ook al net een bioscoop. Imponerend groot, maar geen schim van een Duitse sfeer. Gelukkig is het NEC wat ons hier brengt.

De derde avond, biertje erbij aan de hotelbar en wat Spaans leren van de barman. Op zijn grote TV achter de bar komt een aankondiging voorbij: overmorgen Live op TV, Sevilla – Barcelona. De barman belooft dat hij de TV aan zal zetten en een mooie avond ligt in het verschiet. Maar eerst morgen, NEC speelt nog een potje tegen een laagvlieger uit Macedonië. Winnen met 8-0, maar die gasten trappen wel John Goossens de ziekenboeg in. Ook deze dag eindigt weer aan de hotelbar. Daar krijg ik een niet alledaags verzoek van de organisatie van NEC’s trainingskamp. Aangezien ik een huurauto voor het hotel heb staan en NEC alleen een spelersbus, hebben zij een probleem. De volgende ochtend moet John Goossens, inclusief begeleiding, naar het vliegveld. Of ik bereid ben te rijden. Natuurlijk! Het aanbod van kostendekking sla ik af, aangezien dit voor het verhaal al een mooie beloning zou zijn. Ik wissel nummers uit met deze persoon en spreek af de volgende ochtend half tien in de lobby. Vlak na zijn vertrek, komt daar weer die aankondiging voorbij: Sevilla – Barcelona. Morgen live op TV. Achtste finales Copa del Rey. De heenwedstrijd had Sevilla gewonnen met 0-2. Heey barman, hoe ver is Sevilla hier vandaan? Inclusief stop bij het vliegveld, dik twee uur. Dat is te doen! Kort daarvoor had ik nog een nummer gekregen, een man met connecties in Spanje. Eén belletje en het was geregeld. In ruil voor het ritje naar het vliegveld, zouden er in Sevilla kaarten klaar liggen. 

Het is zover, de dag dat ik kennis ga maken met Estadio Ramon Sanchez Pizjuan. Maar ook met de stad Sevilla. De aankomst is natuurlijk rond het middaguur en de wedstrijd is pas in de avond. De rustige Andalusische snelwegen tussen de olijfgaarden door, smeken je om de ventilatorroosters van de auto verder open te zetten. Nog een flauwe bocht en een heuveltje over en dan als een ware fata morgana ligt hij daar aan de horizon: de stad Sevilla. Een mooiere entree is er niet. Later ook nog meermaals met het vliegtuig aangekomen, maar als je ervan houdt: pak het vliegtuig naar Malaga en huur een auto! 

Op zoek naar de wijk Nervión, waar Sierd niet over blijkt te verzinnen. De ene tapas bar is nog sfeervoller dan de andere. Dat moment weet ik al, hier wil ik vaker heen. Dit wil ik meer mensen laten zien. Een echte Spaanse stad, Engels had je daar toen niks aan. Gokken op de kaart. Voor twee euro wat te eten plus een koude Cruzcampo voor je neus. Je zou er bijna een gokverslaving aan over houden! 

De auto staat inmiddels in de parkeergarage. Naast het stadion, onder het winkelcentrum. Alles wat tot dat moment zo mooi was, ging verloren met de aankomst bij het stadion. Een lelijk modern winkelcentrum met roltrappen die de toegang geven tot het voorplein van het stadion. Wel een mooie Spaanse gevel op het stadion, maar rondom was het ook niet veel. Een ouwe bak van beton omringd door zand. En dat midden in zo’n prachtige wijk. Een drieluik in één blik gevangen: grauw stadion, prachtige wijk en dat lelijke winkelcentrum. Wat doe ik hier? FC Barcelona kijken, met sterren als Xavi, Henry, Zlatan en Messi. Pep Guardiola op de bank en ik op de tribune.

De avond valt en ineens gaat het leven. Er komt leven op de zandvlakte naast het stadion, er komt gezang uit het winkelcentrum en uit elke voordeur worden ze los gelaten. De barretjes rondom het stadion zijn overvol en de hele omgeving kleurt rood. Ineens is daar een sfeertje wat uniek is. De Spaanse passie met een vleugje Duitse voetbalbeleving. Wat een mensenmassa! Daar komt de spelersbus van Barcelona maar net doorheen. Tien minuten later gevolgd door de bus van de thuisploeg. Iets dat ze in Nederland ook maar eens moeten invoeren. Dat zweept de boel lekker op en het zorgt ervoor dat de fans wat eerder bij het stadion zijn. Heeft voor alle partijen zijn voordelen! Mijn gevoel draait weer compleet de andere kant op en ik kijk mijn ogen uit! De hele massa trekt door de moderne metalen toegangspoortjes de grauwe betonnen bak in. Binnen aangekomen is het al niet veel mooier dan de buitenkant. Beton, beton en beton. Geen kleur, geen sfeer. Niks! Na de tweede keer kaartcontrole is de vriendelijke Spaanse steward niet te beroerd de stoel te wijzen en een woord van welkom te brabbelen. Dit leidde wel de aandacht af van wat nu mijn ogen deed knipperen. Een grote rode zee van mensen, twee ringen hoog. Niks geen betonnen bak of saai decor. De Spaanse muziek klonk door de wat armoedige geluidsinstallatie toch nog sfeervol. De laatste minuten voor de aftrap vervullen zich met een samenzang van 42 duizend Spanjaarden.

Wat gebeurt hier? Je hebt stille stadions en je hebt stadions met een sfeertribune. Dit is er eentje met een zeer fanatieke sfeertribune die ook nog eens een heel stadion mee krijgt! Een stadion is niet alleen het stadion. Een stadion wat ademt en leeft, dat maakt het een mooi en indrukwekkend stadion. Wat een passie en wat een beleving! Nog voordat de aftrap een feit was, had ik mijn voorkeur al bepaald. Waar ik had gehoopt op een mooie voorstelling van Barcelona en al haar sterren, ging mijn sympathie uit naar de jongens in het wit met rood. Deze mensen hier verdienen een mooie avond, iets wat ze mij al hadden gegeven vóórdat de wedstrijd überhaupt begonnen was. Het werd uiteindelijk van allebei iets. Xavi gaf Barcelona met de enige treffer van de avond de winst, maar Sevilla bereikte de kwartfinales.  

Sinds die avond in Estadio Ramon Sanchez Pizjuan, heeft Sevilla het leven nog meer kleur gegeven. Met als hoogtepunt een derby tegen Real Betis (3-5 verloren). De prachtige stad, de mooiste van Spanje, verwelkomt mij minimaal eens per jaar. Met natuurlijk altijd een bezoek aan Sevilla FC als excuus. Een weekendje weg hoeft niet altijd Andalusië te zijn. Ik zie graag nog meer van de wereld. Plannen van Spaanse uitjes gaat op de manier: wanneer speelt Sevilla FC daar!? En dat allemaal dankzij de ene magische avond in Nervión. Of eigenlijk dankzij die ene Macedoniër…

Inmiddels is er wel wat veranderd daar. Waar een hotel in die jaren nog 25 euro kostte, betaal je inmiddels voor dezelfde kamer 89,95 euro. Engels is inmiddels ook een manier om daar te communiceren en vanaf meerdere Europese steden kun je er rechtstreeks op vliegen. Daarnaast heeft het stadion een makeover gehad. Van buiten is het stadion door toedoen van sponsor Philips één grote ronde LED wall geworden en de tribunes zijn voorzien van nieuwe stoeltjes. Maar de binnenzijde is nog steeds die oude grauwe grijze bak. Ook zijn er inmiddels wat meer toeristen gekomen. Zowel in de stad zelf, als in het stadion. Dat gaat ten koste van die unieke Spaanse sfeer. Maar wat verwacht men anders, na zes keer winnen van de Europa League deze prille eeuw.

© 2017 - 2021 Voetbalgeschenk | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel